Premier De Wever dacht aanvankelijk aan een indexsprong tijdens de begrotingsbesprekingen, maar uiteindelijk koos de regering voor een ‘centenindex’. Die benaming deed uitschijnen dat de impact voor werkenden en gepensioneerden beperkt zou blijven, maar niets is minder waar.
Wat staat ons te wachten?
De lonen en pensioenen zullen nog wel meestijgen met de levensduurte, maar niet voor iedereen in dezelfde mate. Er komt een plafond.
Dat plafond ligt op 4.000 euro bruto maandloon en op 2.000 euro bruto voor uitkeringen en pensioenen. Onder dat plafond blijft de automatische indexering volledig van kracht.
Concreet: verdien je minder dan 4.000 euro bruto per maand, of ontvang je een pensioen van minder dan 2.000 euro bruto, dan verandert er niets. Verdien je meer, dan wordt je loon enkel geïndexeerd op het deel tot 4.000 euro bruto of 2.000 euro bruto voor pensioenen en uitkeringen.
Als de inflatie met 2 procent stijgt, betekent dit dat je boven op je loon een vast bedrag van 80 euro bruto krijgt (2 procent van 4.000 euro), of 40 euro boven op je pensioen of uitkering.
Belangrijk om te weten is dat deze maatregel maximaal twee keer kan worden toegepast tijdens deze regeerperiode: in principe één keer in 2026 en één keer in 2028.
De gevolgen
Dit is een achteruitgang voor gepensioneerden én voor de mensen die werken. Een centenindex, al is die beperkt in tijd, heeft een impact op de volledige loopbaan en nadien ook op het pensioen.
Het is vooral een platte besparing op ambtenaren en een verlies aan koopkracht.
Dat leidt tot minder sparen en minder consumeren, wat op zijn beurt negatieve gevolgen heeft voor de overheidsinkomsten en de economie.
De maatregel is bovendien strijdig met het regeerakkoord. Men zou immers niet raken aan de index!
We citeren uit het regeerakkoord (blz. 23): “We behouden het principe van de automatische indexering om de lonen te beschermen zodat werknemers hun levensstandaard kunnen behouden, ook wanneer de prijzen van goederen en diensten stijgen. Het is een garantie voor stabiliteit, niet alleen voor de burgers maar ook voor de economie. Het biedt namelijk een belangrijke bescherming aan de particuliere consumptie”.
Een pensioen van 2.000 euro bruto dat nu getroffen wordt door deze centenindex is zelfs ontoereikend om het rusthuis te betalen. Dat kost gemiddeld 2.200 euro.
Arbitraire grenzen op de lonen
De criteria waarop de regering zich baseert (4.000 euro bruto) als “mediaan loon” zijn arbitrair gekozen en missen elke motivering. Nochtans maakte de regering zich sterk in het regeerakkoord om niet te raken aan wie werkt, en om werken te belonen! Hier doet zij helemaal het tegenovergestelde. 4.000 euro bruto is geen hoog loon: netto schiet daar niet veel van over.
De maatregel houdt bovendien geen rekening met het gezinsinkomen: een gezin met twee werkenden die elk 3.800 euro bruto verdienen, zal geen centenindex voelen. Wie alleenstaande is en net boven de 4.000 euro bruto verdient, is de sigaar. Hetzelfde geldt voor wie gezinshoofd is en personen ten laste heeft: er is geen enkele sociale correctie. Dit is de brute hakbijl.
Anderzijds behoudt een persoon die bij twee verschillende werkgevers werkt en samen meer verdient dan 4.000 euro, wel de volledige index. Het loon wordt immers per afzonderlijke tewerkstelling bekeken. Er is duidelijk niet goed nagedacht over deze maatregel. Idem dito bij een 4/5de tewerkstelling bij bijvoorbeeld de overheid in combinatie met een flexijob elders.
Wat met de pensioenen?
De centenindex is een gerichte aanval op quasi de helft van de gepensioneerden die eronder zal lijden. Maar in het bijzonder op de ambtenaren: alle pensioenen worden gecumuleerd om het maximumbedrag te bereiken, terwijl de tweede pijler van de private sector en van zelfstandigen niet in rekening wordt gebracht!
Deze maatregel komt bovenop andere maatregelen die al een impact hebben op de pensioenen, zoals het eerdere uitstel van de indexering tot de derde maand na de overschrijding van het indexcijfer; de beperkte indexering van de hogere pensioenen, de afschaffing van de perequatie en het volledige pakket pensioenhervormingen dat momenteel op de parlementaire tafel ligt (malus, verhoging van het aantal jaren voor de pensioenberekening, verhoging van de pensioenleeftijd, enz.).
Ook bij de pensioenen zijn de grenzen arbitrair. Gezinspensioenen zouden een hogere grens moeten krijgen dan alleenstaande pensioenen. Een gezinspensioen ligt structureel 25% hoger dan een alleenstaand pensioen.
Negatief effect
De Nationale Bank schreef naar aanleiding van de jongste indexsprong, tien jaar geleden (2015), dat zo’n ingreep op korte termijn zelfs licht negatieve effecten heeft op de overheidsfinanciën.
De overheid geeft weliswaar minder uit aan lonen en uitkeringen, maar de keerzijde is dat gezinnen minder uitgeven, wat leidt tot minder inkomsten uit belastingen, accijnzen en btw.
Begrijpe wie kan!
Het is dan ook vanzelfsprekend dat VSOA geen akkoord verleende tijdens de onderhandelingen in Comité A. De maatregel is onaanvaardbaar en ongezien!
Hoe moet het verder?
De regering was van plan om de centenindex door te voeren in 2026 en 2028, maar de wetgeving is op dit moment nog niet gepubliceerd. Tot dan verlopen de indexeringen dus zonder centenindex. Ook de volgende indexering van de ambtenarenwedden en sociale uitkeringen - maart 2026 - zal in principe nog op normale wijze verlopen. Een mogelijke startdatum is 1 april 2026.
VSOA analyseert de teksten verder tot in de puntjes en sluit juridische stappen niet uit.
De Raad van State stelde in zijn recente advies immers dat voorliggende maatregel een ingreep is waarvan de gevolgen niet tijdelijk zijn zodra de inflatie niet nul is. En dat de maatregel voor pensioengerechtigden een achteruitgang betekent van de juridische bescherming van hun pensioen tegen het inflatierisico, zowel op korte als lange termijn.
Wij komen op voor alle personeelsleden in de overheidssector en laten niet toe dat de indexbescherming wordt uitgehold onder het mom van een zogenaamde “tijdelijke” maatregel.
Wordt vervolgd!
Bron : vsoa.eu